Laatst bijgewerkt: dinsdag 31 maart 2015

De bakkers van Grolloo

Bron: De Kloetschup, een uitgave van het Rolder Historisch Gezelschap

Auteur H.M. Luning Kloetschup dec.2002

Grolloo, Amerweg, 1846-1853

Eén van de argumenten voor de noodzaak een molen in Grolloo te bouwen was dat er zich een bakker had gemeld die zich in het dorp wilde vestigen. Het betrof de nog jeugdige Harm Ratering die omstreeks 1846 met zijn bakkerij begon. In 1853 was hij goed voor 200 kg. bloem per week. Daarmee was hij de kleinste bakker in de gemeente Rolde. Harm was geboren in 1828 in Grolloo als zoon van de kleermaker Berend Ratering en zijn tweede vrouw Jantje Tjarks. Het provisorische bakkerijtje was gevestigd in het oude keuterijtje van zijn vader tegenover de nieuw te bouwen molen (sectie E no.131). In 1853 werd het huisje inclusief de losse planken boven de bakkerij verkocht aan de schaapherder Lambert Krabben voor f 312,50. Voor Krabben was de reden van aankoop het feit dat de markgenoten hun twee scheperijen verkochten. Natuurlijk had hij één van deze schepershuizen kunnen kopen, maar het oude bakkerijtje was voor de helft te koop. De eerste bakkerij in Grolloo was geen lang leven beschoren. De omstandigheid dat de nieuwe molenaar zelf van plan was brood te bakken zal daar in niet geringe mate aan hebben bijgedragen.


Grolloo, Amerweg 14 1853-1913

Vanaf 1844 werden door H. Brookman pogingen in het werk gesteld het dorp van een molen te voorzien. Daar het dorp slechts 44 gezinnen telde en met Schoonloo er bij nog eens 13, zag het provinciaal bestuur daar niets in. Ondanks het gunstige advies van de burgemeester was het antwoord afwijzend. Eén van de argumenten voor oprichting van een molen was dat zich al een brood en stoetbakker had gemeld die zich in Grolloo wilde vestigen.

De pogingen van Brookman leidden tot niets, maar Albert Bos uit Paterswolde had meer succes. In 1849 diende hij een verzoek in om een koren en pelmolen te mogen bouwen op een stuk heide van de markgenoten ten westen van de weg Grolloo-Amen. De molen kwam honderd meter van de publieke weg af te staan en het molenhuis was aan de weg geprojecteerd. In 1852 kwam de vergunning af onder voorwaarde dat de bouw binnen een jaar zou plaats vinden. In 1854 was de molen en het huis klaar. Het aanzien van Grolloo zou veranderen, want gelijktijdig was men ook doende de kerk te bouwen.

Over de molen is geschreven in de "De molens van Grolloo". Hier richten we ons op het molenaarshuis waarin zich een bakkerij, kruidenierswinkel en mogelijk een café bevonden. De familie Bos die het pand betrok was van alle markten thuis. Albert Bos was gehuwd met Jantje Uges en we komen hem tegen als molenaar en bakker.

Een combinatie die vroeger veel voorkwam. Maar ook de zoon Uge is bakker en we komen hem in hetzelfde pand tegen als winkelier en caféhouder.

In 1867 doet Bos een poging het geheel te verkopen, maar de verkoop werd uitgesteld. Waarschijnlijk nog hetzelfde jaar heeft de verkoop plaats gehad aan Hendrik Westerling.

In 1867 werd hij ingeschreven op no. 40. Westerling had een gezin met negen kinderen en samen zullen ze de nering in het pand hebben voortgezet. Op 3 januari 1877 probeerde hij het geheel voor drie of zes jaar te verpachten. De openbare verhuur werd afgeblazen omdat zich intussen een liefhebber had gemeld. De molen met bakkerij werd gekocht door Bastiaan Haange, wethouder en bakker te Rolde. De reden van deze aankoop was het huwelijk in 1875 van zijn dochter Aaltje met de in 1843 in Norg geboren Roelof Luinge. Het jonge echtpaar ging wonen in het molenaarshuis in Grolloo. Er werden drie zoons geboren waarvan er twee in leven bleven: Bastiaan en Jan.

Geheel rechts de oude bakkerij van Luinge aan de Amerweg in Grolloo. Van de drie mannen op de weg is de middelste Bastiaan Luinge (de molenaar) en rechts van hem de bejaarde bakker Roelof Luinge.

Hun moeder overleed in 1882 op 37-jarige leeftijd. Hoewel het, zeker in die tijd, niet ongebruikelijk was te hertrouwen, bleef Roelof Luinge zijn verdere leven weduwnaar. Via vererving kwam het huis met de molen in het bezit van Roelof Luinge en zijn kinderen. Bastiaan Luinge koos voor het molenaarsvak en bouwde in 1907 een huis naast de bakkerij (nu Amerweg 16) en Jan Luinge kwam in de bakkerij. Hij werd er op uitgestuurd als knecht om het vak te leren.

Zo was hij knecht in Yde en in 1903 kwam hij uit Zuidlaren om de bakkerij van zijn intussen op leeftijd gekomen vader over te nemen. Tot 1912 bleef de oude bakkerij op het huidige adres Amerweg 14 in werking.


Grolloo, Hoofdstraat 15, 1913-1969

Aan de Hoofdstraat bouwde Roelof Luinge in 1913 een nieuwe bakkerij en kruidenierswinkel. Zoon Jan trouwde een jaar eerder met Zwaantje Ratering. Zij was geboren in Grolloo en een dochter van de logementhouder Harm Ratering. Jan Luinge deed de bakkerij en de op leeftijd gekomen Roelof Luinge was in de winkel te vinden. Gevent werd met paard en wagen van Grolloo tot Schoonloo en Vredenheim. Vanaf 1935 kwam er concurrentie van bakker Lunsing die zich in Grolloo vestigde. Beide bakkers hadden ongeveer dezelfde route. Berichten over de verstandhouding tussen de twee bakkers zijn niet eensluidend. Enige spanning zal er dus wel geweest zijn. Luinge was bezig de jeugd van het dorp naar zich toe te trekken met de eerste automatiek in het dorp, waar snoepgoed voor een gering bedrag uit de muur rolde. Het vroegere koekhappen in de bakkerij met sinterklaas was intussen vervangen door diverse spelletjes voor de jeugd met als prijs een stuk "olie wieven". Sikko Luinge (geb. 1917 in Grolloo), zoon van de molenaar Bastiaan Luinge, was als kind vaak in de bakkerij van zijn oom te vinden. Hij wilde bakker worden, maar voor het zover was reisde hij heel wat af om het vak te leren. Via een bakker in Groningen kwam hij bij Ottens en Reinders in Rolde terecht. Daarna maakte hij de overstap naar Drouwen waar hij zijn vrouw Roelie Hebels zou ontmoeten.


Het pand van Luinge aan de Hoofdstraat in Grolloo in 1932 (uit: Kijk op Grolloo)

Het paar trouwde in 1943 en Sikko begon als knecht bij oom Jan in Grolloo. In 1947 nam hij de bakkerij over. Jan Luinge verhuurde hem de winkel met bakkerij, een voorkamer, achterkeuken, een deel van de zolder, schuur en turfschuur met een stukje groenland naast het huis voor f 15,- per week. Daarbij was bedongen dat Jan Luinge en zijn vrouw er hun leven lang bij in mochten wonen.


Bakker Jan Luinge met zijn werknemer Cees Bonder in 1936. In die tijd kreeg bijna iedere kraamvrouw een plas (een krentenwegge) aangeboden van familie of buren. (uit: Kijk op Grolloo)

In deze foto gaat het om Hendrik Jan Enting, toen in dienst bij Sikko Luinge. De foto is afkomstig van Roelof Enting, zoon van en woonachtig in Enschede. Het kenteken op de auto is terug te vinden in het Drents Archief. Hier staat vermeld: "1. 4 maart 1950, Sikko Luinge, Hoofdstraat 15 te Grolloo; Vindplaats: 0031 Gedeputeerde Staten (1814-1951), inventarisnr. 72"

Voor de goodwill betaalde Sikko Luinge f 6.000,- en oom Jan verbond zich in een straal van 25 km. geen nieuwe bakkerij te beginnen. De boete daarvoor bedroeg eveneens f 6.000,-. Verder kreeg Sikko het recht het pand later te kopen voor f 10.000,-. Daarvan maakte hij in 1955 gebruik, maar hij haalde zich daarmee wel een navordering van de fiscus op de hals. Deskundigen hadden de waarde vastgesteld op f 18.000,- en over het meerdere diende schenkingsrecht betaald te worden. Bovendien had Sikko juist voor f 4.297,- een nieuwe heetwateroven laten plaatsen. In de jaren vijftig hielp zoon Bastiaan (geb. 1944 in Drouwen) al mee in de bakkerij. Hij volgde de opleiding tot bakker en banketbakker. Eén van zijn examinatoren was bakker Bos uit Rolde. In het dorp waren twee bakkers en twee kruideniers die ook brood verkochten. Het was de tijd dat veel bakkers er mee stopten en dat er iets moest gebeuren om de toekomst veilig te stellen. Bastiaan stelde voor een cafetaria te beginnen, maar daar moest pa eerst even aan wennen. Toch werd in 1964 de voorkamer voor dit doel ontruimd. Bas Luinge trouwde in 1967 met G. Kruise uit Westdorp.

Zij gingen in Assen wonen, omdat hij een baan had aangenomen bij de broodfabriek Trip. Alle vrije tijd ging echter op aan het meewerken in Grolloo.

Mede door het opkomend toerisme liep de cafetaria zo goed, dat de bakkerij en winkel in 1969 gesloten kon worden. Uiteindelijk koos Bas Luinge toch voor een andere weg en daarom verkocht Sikko Luinge de zaak in 1974. Hij vertrok met zijn vrouw naar zijn geboorteplaats Amerweg 16. De vroegere bakkerij is nu het café-restaurant Gerrie.


Grolloo, Hoofdstraat 23, 1935-1965

De geschiedenis van bakkerij Lunsing in Grolloo is verbonden met de plaatselijke zuivelfabriek. De vader van Jans Lunsing die in 1911 in Grolioo werd geboren was directeur van genoemde fabriek. Omdat zijn moeder jong overleed en vader hertrouwde groeide Jans op bij zijn grootouders in Borger. Al jong koos hij voor het bakkersvak en kwam in de praktijk aan het werk bij de bakkers Plat in Buinerveen, Meijer in Assen en Fledderus in Hooghalen.

Jans Lunsing trouwde in 1935 met Grietje Meijering uit Annen. Het door hen gebouwde winkelpand aan de Hoofdstraat in Grolloo zal toen klaar zijn geweest. Volgens overlevering maakte de grond deel uit van het vroegere korfbal en voetbalveld van de club "Ready".


Het pand van A. Lunsing in 1986 toen er alleen nog een verkooppunt voor brood aanwezig was. Achter het raam links bevond zich vroeger de bakkerij. (uit: Kijk op Grolloo)

Het echtpaar Lunsing begon met een bakkerij annex kruidenierswinkel en werd daarmee voor de bakkerij van Luinge een geduchte concurrent. Lunsing vertrouwde op zijn geboorte ter plaatse en de bekendheid van zijn vader om aan de nodige klandizie te komen. Het dorp stelde hem niet teleur en men gunde beide bakkers de nering.

Er werd gevent met paard en wagen en voor het nabrengen van boodschappen gebruikte men de fiets. Rond 1952 schafte men een bestelauto aan. Het was vooral zoon Albert die met deze auto de ronde deed. Van jongsaf werkte hij mee in de bakkerij. Hij leerde het vak bij bakker Hoven in Rolde. Gevent werd er in Grolloo, Schoonloo, Vredenheim en de Amerweg. Eveneens werd het brood van Lunsing verkocht in de kruidenierswinkel van Albert Jan Hadders in Grolloo. Ook deze had een ventroute.


Albert Jan Hadders en zijn vrouw in 1935 met hun venterskar voor hun kruidenierswinkel aan de Amerweg in Grolloo. Hadders ventte met brood van bakkerij Lunsing in Grolloo.

Albert (in de volksmond Appie) Lunsing trouwde in 1962 met Bertha Venema, een kruideniersdochter uit Ekehaar. In 1965 namen zij de zaak in Grolloo over, maar om gezondheidsredenen werd de bakkerij weldra gesloten. Het venten van kruidenierswaren en brood met de Morris bestelwagen ging echter gewoon door.

Het brood werd betrokken van de broodfabriek Trip te Assen. Sommige klanten wilden echter brood van de warme bakker. Zij werden bediend met de producten van bakker Pots uit Rolde. Later ging men over op het brood van bakker Van der Zwaag uit Schoonoord.

De bakkerij van Luinge was in 1969 gesloten, maar er was wat het brood betreft nog wel degelijk concurrentie. Bakkers uit Elp, Westerbork en Rolde waren ook geregeld in Grolloo te vinden. De supermarkt staat nog steeds op de zelfde plaats, maar is sinds enige tijd in andere handen overgegaan.

logo vvv rwb

Deze website wordt mogelijk gemaakt dankzij financiële ondersteuning van

Vereniging voor Volksvermaken te Grolloo.

De vereniging verkrijgt deze middelen dankzij sponsoring en verlotingen.

De bijdrage maakt deel uit van de begroting van het vijfjaarlijkse Grolloo is Zo!-evenement.