Laatst bijgewerkt: dinsdag 31 maart 2015

De molens van Grolloo

Bron: de Nieuwe Drentse Almanak, 1992, W.Houtman

Korenmolen van Bos

Naam Korenmolen van Bos
Ligging Westzijde v.h. dorp
Plaats Grolloo
Bouwjaar 1852
Verdwenen 1920/21 afgebroken
Type Grondzeiler
Aandrijving Windmolen
Functie Korenmolen



In 1844 richtte H. Brookman, korenmolenaarsknecht te Assen, zich tot de Gouveneur met het verzoek hem vergunning te verlenen voor het oprichten van een koren- en pelmolen te Grolloo. Als plaats voor de molen had hij een hoge hof gekozen bij het Westersche Zand van Grolloo. Eigendom van de boermarke van Grolloo, gelegen op 280 meter van de boerderij van Jan Westebring en 400 meter van de publieke weg. Westebring stond er positief tegenover, de boermarke wilde de grond gratis afstaan en de inwoners van Grollo zagen er veel "gerijf en gemak" in. Ook de mogelijkheid van pellen werd van belang geacht, omdat de ingezetenen hier veel gebruik van dachten te maken. Ondanks het onverdeeld gunstige advies van de burgemeester werd de aanvraag afgewezen. Brookman liet het er kennelijk niet bij zitten, want tot twee keer toe werd daarna nog advies aan de burgemeester gevraagd. Deze wees erop dat Grolloo 266 zielen (44 huisgezinnen) had en Schoonloo 85 (13 huisgezinnen), dat deze plaatsen op respectievelijk één en twee uur rijden van de molens van Rolde lagen en dat zich zelfs al een brood- en stoetbakker had gemeld, die zich in Grolloo wilde vestigen als daar een molen zou worden opgericht. Het mocht niet baten, het antwoord bleef afwijzend. Ten einde raad wendde Brookman zich tot Provinciale Staten met de klacht, dat het Ministerie van Financiën herhaalde malen zijn verzoeken om vergunning had afgewezen zonder redenen of gronden voor die afwijzing kenbaar werden gemaakt. De uit de Staten benoemde commissie, die hierover advies moest dienen, meldde na een dag al, dat ze zich bezwaard achtte een bepaald advies uit te brengen en stelde de zaak weer voor aan Gedeputeerde Staten over te geven. Dit college zou daarop dan moeten beschikken of handelen 'zoals zij vermenen te behoren'. De molen van Brookman is er niet gekomen. Maar waarom niet is onduidelijk gebleven.

korenmolen-van-Grolloo

De korenmolen van Grolloo, getekend door Ronnie Bügel

Ingebracht door Bas Luinge


In 1849 diende Albert Bos, timmerman te Paterswolde, een verzoek in om een koren- en chikorijmolen te mogen bouwen in Grolloo. Hij had een stuk heide op het oog ten westen van de weg Grolloo - Amen, in eigendom van de Marke van Grolloo. De burgemeester, die ook ditmaal weer van advies moest dienen, meldde dat de molen op honderd meter van de publieke weg zou worden gebouwd en dat de roeden van de molen boven zwikstelling zouden draaien, zodat er geen gevaar voor derden te duchten zou zijn. De oude argumenten, die voor de bouw van een molen pleitten, werden opnieuw naar voren gebracht. Ditmaal werd daaraan toegevoegd, dat de afstand tot Rolde sommigen ertoe deed besluiten het koren ongemalen aan de varkens en het vee te voeren. Hij wees er verder op, dat in Smilde, Westerbork, Borger, Odoorn, Ruinerwold, Eelde en Rolde reeds meer dan één molen tot stand was gekomen. Dan was ook één molen voor Rolde toch niet te veel gevraagd. De Controleur van Belastingen was niet overtuigd en liet zich nogmaals informeren over de waarschijnlijkheid, dat de ingezetenen van Amen hun graan in Grolloo zouden laten malen en voorts hoe groot de afstand was en de toestand van de weg. Ondanks alle positieve brieven beschikte het Ministerie van Financiën negatief op de aanvraag van Bos. Men liet het er echter niet bij zitten met al resultaat, dat er in october 1852 een mededeling van de minister van Financiën kwam, dat hij namens de Koning aan A. Bos vergunning verleende een windkorenmolen op te richten onder voorwaarde dat deze niet dichter dan honderd meter van de openbare weg werd geplaatst en de bouw binnen een jaar zou plaats vinden. Wanneer de molen exact voltooid was is niet exact na te gaan, maar uit de afloop van een twintig jarig termijn van vrijdom van grondbelasting per 1 januari 1873 kan worden afgeleid dat de molen er begin 1853 gestaan moet hebben. De molen werd gebouwd op heidegrond van de onverdeelde Marke van Grolloo, gelegen ten westen van de toenmalige weg vanaf de Pol te Grolloo naar Amen. In 1854 werd een apart kadastraal perceel gevormd, uitmakende korenmolen en erf, doch dit werd eerst bij de markeverdeling van 1856 op naam van Bos gesteld. De verdere ontwikkelingen in chronologische volgorde zijn als volgt:

  • 1854: ontstaan van kad. perceel E 710, korenmolen en erf, groot 30 ca. t.n.v. de Markgenoten van Grolloo
  • 1856: Perc. E 710 wordt bij de Marke verdeling nr. E 929, moolen, 30 ca. Op naam gesteld van A. Bos, moolenaar te Grollo
  • 1867:Advertentie dat op 2 maart publiek wordt verkocht een goed onderhouden beklante koren- en pelmolen. Advertentie, dat op 16 maart finaal en bij palmslag "eene goed onderhouden en beklante nieuwe stenen kooren- en pelmolen, de enige in dat kerkdorp, met daarbij gelegen grond ingezet is op fl. 3650,-- wordt verkocht.
  • 1867: verkoop aan Arend Smit, landbouwer, Grollo

  • 1868: verkoop aan Hendrik Westerling, molenaar, Grollo
  • 1876: verkoop aan Bastiaan Haange, wethouder, Rolde
  • 1877: wegens hermeting perc. E 929 gewijzigd in O 165, windkoornmolen, 30 ca.
  • 1884: wegens vererving molen op naam gesteld van Willem Haange en cons, Bakker, Rolde
  • 1892: wegens vererving en boedelscheiding molen t.n.v. Roelof Luinge, bakker en molenaar Grollo. Roelof was gehuwd met Aaltje Haange; ze hadden als kinderen Bastiaan (molenaar) en Jan (bakker).
  • 1922: In de akte van scheiding van de boedel van wijlen Roelof Luinge (overl. 05/08/'22) wordt perc. O 165 toegewezen aan zijn zoon Bastiaan luinge, molenaar, Grollo, geh. met L. Sijbring. Opvallend is dat in de akte niet meer over een molen wordt gesproken.
  • 1924: wegens vererving komt perc. O 165 t.n.v. Bastiaan en zijn kinderen Aaltje en Sikko (geb. 1917)
  • 1950: Eerst m.i.v. dit jaar, toen het perceel ten name stond van L. Geerlig - Sijbring, voordien wed. van B. Luinge, werd de molen van de kadastrale kaart gepoetst en de 'belastbare opbrengst gebouwd' voor de molen uit de kad. legger verwijderd. Gevolg daarvan is, dat tot 1950 nog grondbelasting voor de molen betaald moet zijn.


De molen is in werkelijkheid afgebroken in 1920 of 1921 door de bekende molenbouwer Vlieghuis uit Borger. Deze verzorgde ook altijd het onderhoud. De molen was van het type grondmolen en betrekkelijk klein. In de laatste jaren, na 1914 draaide hij slechts zo nu en dan. De oorzaak hiervan was, dat in 1914 besloten werd om als opvolger van het handkrachtfabriekje een stoomzuivelfabriek te bouwen en daaraan tevens een korenmalerij te verbinden. Bij akte van 25 maart 1914 werd opgericht de 'Coöperatieve Stoomzuivelfabriek en Korenmaalderij Vooruitgang Zij Ons Doel' (V.Z.O.D.). Als vaste mulder werd toen Bastiaan Luinge benoemd. Het wegje vanaf de Amerweg langs de noordzijde van de molen heette het Meulendiekie. Het werd later aangekocht door Hendrik Hadders die het aanmaakte bij zijn land. Een molensteen van Sikko Luinge aan de Amerweg te Grolloo is thans nog de enige tastbare herinnering aan de korenmolen van Grolloo.

De molensteen van de windhorenmolen van Grolloo, tot ongeveer 1920 in bezit van defamilie Luinge, heeft jarenlang de voortuin van Sikko Luinge en Roelfien Hebels in Grolloo, gesierd. (foto Geert Kamphuis)



Volgens de boeken van Wouda, zeilmaker te Meppel huurde de molen de zeilen van 1876 tot 1917, er werden zeilen gehuurd van 68 voet. Waarschijnlijk is hier in Drenthe gebruik gemaakt van de Amsterdamse voet, deze is ruim 28 cm. andere maten zijn de Utrechtse stadsvoet (26,8 cm). De Friesche koningsvoet(32,6 cm), de latere Friese of Deventer houtvoet (29,5 cm)


Rosmolen van Huizing

Naam Rosmolen van Huizing
Ligging Voorstreek 5
Plaats Grolloo
Bouwjaar  
Verdwenen 1923
Type Rosmolen
Aandrijving Paard
Functie Dorsmolen




Op sommige boerderijen werd rond het einde van de 19e eeuw het dorsen met dorsstokken of dorsvlegels vervangen door een dorsmachine, die werd aangedreven door een rosmolen. Een dergelijke molen was tot circa 1923 aanwezig bij de boerderij van de familie Huizing aan de Voorstreek 5 te Grolloo. Naast de schuur stond een verticale draaibare as met daaraan bevestigd een horizontale stang. Het uiteinde daarvan werd door een rondlopend, met oogkleppen voorzien paard voortgetrokken. Om te voorkomen dat het paard zou blijven stilstaan, werden de kinderen ingeschakeld om mee te lopen. Via een aandrijfas werd een binnen in de schuur opgestelde dorsmachine in beweging gebracht. Door middel van hekels, een soort kammen werden de graankorrels van het stro gescheiden. Met behulp van een aftakas kon even eens een wanmolen (hier weier = waaier genoemd) in beweging worden gebracht. Dit was een kist met een daarin een ronddraaiende waaier. Deze veroorzaakte een luchtstroom, waardoor het lichtere kaf van het zwaardere koren. Het graan opgooien met de gevlochten wanwas daarmee ondervangen. Wat bleef was het ongezonde stuiven.


Rosmolen van Meijers

Naam Rosmolen van Meijers
Ligging Zuiderstraat 13
Plaats Grolloo
Bouwjaar  
Verdwenen ja
Type Rosmolen
Aandrijving Paard
Functie Dorsmolen




Een soortgelijke dorsmolen als de hiervoor beschreven, doch zonder weier, kwam in Grolloo voor bij de boerderij van de familie Meijers aan de Zuiderstraat 13. De rosmolen hier werd getrokken door een span paarden. De rosmolen stond op een verhoging, waarin de aandrijfas was weggewerkt, zodat de paarden er geen hinder van ondervonden. Soortgelijke molens kwamen ook in Ekehaar voor. Bekend zijn nog die van familie Schuring, Hoofdstraat 4 en van de familie Popping, Hoofstraat 39. Rosmolens werden ook toegepast bij het karnen. De draaiende beweging moest hiervoor worden omgezet in een recht op- en neergaande. Zodoende kon een stok met aan de onderzijde een houten schijf met gaten, die in de gedeeltelijk met room (melkvet) gevulde houten karnton hing, in beweging worden gebracht. Hierdoor klonterde de room samen tot boter. Dit 'machinale' karnen kwam ook voor in Eleveld en Eldersloo.


Tjasker van Dilling

Naam Tjasker van Dilling
Ligging in de huidige staatbossen
Plaats Grolloo
Bouwjaar  
Verdwenen  
Type Tjasker
Aandrijving Windmolen
Functie Poldermolen



In de huidige Staatsbossen ten zuiden van Grolloo had de familie Dilling bij de vervening een tjasker in gebruik. In de gemeenten als Rolde, waar men geen hoogveen had en daarom geen turf kon graven werden in de 19e eeuw perceeltjes heide afgebrand, die daarna werden afgestoken in rechthoekige zudden om als brandstof te dienen. In het begin van de 20e eeuw werden ook de heide veentjes aangepakt. Daarin kwam laagveen voor, dat een veel betere, hardere, brandstof opleverde. Daarvoor was echter drooglegging nodig, hetgeen gebeurde met eenvoudige verplaatsbare windmolentjes, zogenaamde tjaskers. De bekende Tjaskerbouwer Dijksma uit Giethoorn bouwde tussen 1910 en 1927 bijna dertig tjaskers in Drenthe, waaronder in Rolde, Grolloo en Amen/Ekehaar.


Tjasker

Naam Tjasker
Ligging in de huidige staatbossen
Plaats Grolloo
Bouwjaar 1986 (opnieuw geplaatst)
Verdwenen staat nog in het veen
Type Tjasker
Aandrijving Windmolen
Functie Poldermolen



Deze tjasker staat in het Grollooërveen, een groot veencomplex waar bijzondere dier- en plantensoorten voorkomen. Tijdens de aanleg van de boswachterij is dwars door het veen een keienweg aangelegd, die later geasfalteerd is. In 1994 is Staatsbosbeheer aan de slag gegaan om de oorspronkelijke situatie terug te krijgen. De weg werd afgesloten voor doorgaand autoverkeer en het gedeelte dat door het veen liep, is vervangen door een houten brug alleen voor wandelaars en fietsers.


Naast deze houten brug staat nu de tjasker, die eerder langs de weg stond. Voordeel voor het veen is dat de waterstand in het westelijk deel kon worden verhoogd. De tjasker heeft daarbij overigens geen functie.
Vroeger deed deze tjasker dienst in het Dongelsveen, iets ten zuiden van Rolde en werd bediend door de heer Popkes. Al voor 1930 is deze daar gebouwd, vermoedelijk door de bekende tjaskerbouwer Roelof Dijksma.
In het begin van de jaren `50 is het molentje daar weggehaald, omdat het daar geen functie meer had, en opgeslagen bij de fam. Popkes. Toen er in de jaren `80 een verbouwing plaats vond moest het molentje weg en om de tjasker niet definitief verloren te laten gaan werd deze aan de gemeente Rolde geschonken.
Door het klusjesbureau in de gemeente Rolde is de molen weer opgeknapt en in overleg met Staatsbosbeheer langs het fietspad door de Staatsbossen ter hoogte van het Grollooërveen geplaatst. Op 8 juli 1986 zette de burgemeester A. Hurink het molentje in werking, die daar in feite alleen de functie had van een toeristische attractie.
In de zomer van 1991 had Drenthe een tijdelijke primeur; een linksom draaiende molen. De tjasker was door vandalen op grove wijze vernield. De gemeente Rolde als eigenaar gaf een timmerman opdracht tot herstel en zo kon het molentje weer in oude glorie herrijzen. Een molenkenner zag echter meteen dat er iets niet in de haak was, het gevlucht was namelijk omgekeerd op de roeden aangebracht. De vreugde duurde niet lang, de timmerman kon het gevlucht in korte tijd omzetten.

logo vvv rwb

Deze website wordt mogelijk gemaakt dankzij financiële ondersteuning van

Vereniging voor Volksvermaken te Grolloo.

De vereniging verkrijgt deze middelen dankzij sponsoring en verlotingen.

De bijdrage maakt deel uit van de begroting van het vijfjaarlijkse Grolloo is Zo!-evenement.