Laatst bijgewerkt: vrijdag 13 mei 2016

De smederijen van Grolloo

Bron: De Kloetschup, een uitgave van het Rolder Historisch Gezelschap

auteurs: HM Luning en RW Marring sep.2000

De eerste smid

In 1838 trouwde de in Velthausen geboren Hendrik Gommer in Rolde met Jantien Jans Krabben uit Grolloo. Als smidsknecht had hij in 1836 de grote brand in Rolde meegemaakt waarbij hij door zijn koelbloedig optreden de smederij van Geert Kamps van de ondergang had weten te redden. De eerste smederij in Grolloo ontstond vrijwel gelijktijdig met die in Balloo. Het is heel goed mogelijk dat hier het initiatief is uitgegaan van de boerschap. Er is echter geen bron die dat bevestigt. De familie Gommer woonde in Grolloo in het huis nr. B.18. Later woonde ook hun dochter, die trouwde met Was Stevens, bij hen in. Na het overlijden van smid Gommer in 1875 bleven zij daar wonen.
De smederij was niet in het huis gevestigd maar er naast.


Nog in 1875 kwam de in Marum geboren smid Jacob van der Woude met zijn vrouw Aaltje Pelster naar Grolloo. Hij kwam op dat moment van Rolde waar hij korte tijd smidsknecht was geweest. Zij woonden in het huis B.21 vlak bij de smidse van Gommers die door hem verder gebruikt werd. In 1880 vroeg S. van der Woude in Haren, kennelijk een familielid, een smidsknecht in de Drentse en Asser Courant. Volgens het bevolkingsregister vertrok het gezin in dat jaar naar Haren. De plaats van de vertrokken smid werd echter snel weer ingenomen door Berend Nijboer. Deze kwam met zijn vrouw Geert je Zuideveld van Norg en zij namen hun intrek in het huis waar ook Van der Woude had gewoond. De zaken gingen blijkbaar niet zo goed want reeds na korte tijd hield men het voor gezien in Grolloo. Het zou een paar jaar duren voor er zich weer een nieuwe smid aankondigde. Het was Jacob Offereins die met zijn vrouw Hindrikje Nijboer naar Grolloo kwam. De in Diever geboren Offereins werkte voordien enige tijd als smidsknecht in Rolde.

(Advertentie in de voormalige Drentsche en Asser Courant)


Hij overleed echter al in 1886. Nog in dat zelfde jaar nam de timmerman H. Hofsteenge de vrijgezelle smid Jan Kroeze bij zich in huis.


De oude Kroeze-smederij in Grolloo in 1937. Op de toto staan v.l.n.r. ? ,Albert Kroeze met zijn kinderen Jan en Geesje, Jan Kroeze sr. en zijn vrouw Klaasje Steenbergen, Jantje Kroeze-Dilling en Jan Kroeze jr. (foto: fam. Lesschen)


In 1890 trouwde Jan Kroeze met Klaasje Steenbergen van Zuidwolde en zij vestigden zich in Grolloo in het huis nr. B.15. Behalve de smederij, die in een losstaande schuur naast het huis was gevestigd, hadden ze ook een kleine keuterij. De voormalige smederij is nu nog te vinden tegenover het parkeerterrein van café Hofsteenge in het centrum van het dorp.

Jan Kroeze jr.

De zoons Albert en Jan namen later de smederij van vader over. In die tijd slingerde het verkeer zich nog door het dorp en de broers hadden een mooie bijverdienste met hun benzinepomp.


Bij Kroeze kon je voor de oorlog ook je rijbewijs halen waarbij hun taxi fungeerde als leswagen. Ongeacht het aantal lessen en na een korte rijproef in Assen kreeg je voor 25 gulden het felbegeerde papiertje. Albert Kroeze was naast smid ook onderwijzer-hoefsmid in Assen. Voor zijn hoefbeslag sleepte hij veel prijzen in de wacht. In 1958 nam Roelof Dilling de helft van de zaak van zijn oom Albert Kroeze over. Naast zijn technische opleiding leerde hij het smidsvak bij Staal in Vries. Samen met oom Jan vormden zij de firma Kroeze en Dilling. Als rijksgediplomeerde hoefsmeden deden ze ook in landbouwwerktuigen, tractoren, rijwielen, radio's, huishoudelijke artikelen, water- licht- en krachtinstallaties en sanitair. Ook hier handelde men steeds meer in zaken die niets meer met het oude smidsvak te maken hadden. Toch werkte men in die tijd met twee knechten.

Roelof Dilling aan de draaibank in Vries, waar hij in de leer was. (foto: Roelof Dilling)


In 1966 nam Dilling ook de andere helft van de zaak over. Door de steeds verdergaande mechanisatie ontstond er ruimtegebrek en men zag zich in 1979 genoodzaakt te verhuizen naar het Oosterend. Met het oude smidswerk was het toen voorgoed gedaan. In de nieuwe vestiging brandde geen vuur meer. In 1998 was er geen opvolger en werden de deuren van het bedrijf voor altijd gesloten.

Een tweede smidse

De in Grolloo geboren en getogen Hendrik Reinders begon in 1934 een smederij in het dorp. Na enige jaren bij zijn vader op de boerderij te hebben gewerkt, bleek dat dit beroep hem helemaal niet lag. Op eigen initiatief meldde hij zich bij de fietsenmaker Thedinga in Assen die ook de bioscoop Apollo exploiteerde. Naast het repareren van fietsen verfde hij alle stoelen in de bioscoop.


Reinders volgde intussen de ambachtsschool, die hij na drie jaar met het Harm Smeenge-diploma op zak verliet. Na de cursus voor rijksgediplomeerd hoefsmid gevolgd te hebben vestigde hij zich als grof- en hoefsmid in Grolloo. De smederij was gevestigd in een houten schuurtje dat zijn vader aan het begin van de Amerweg voor hem liet bouwen.

De eerste smederij van Hendrik Reinders. Op de foto v.l.n.r. Roelof Geerts, Mans Tellingen en de smid Hendrik Reinders. (foto: fam. Reinders)

 

(Op 4 september 2013 kregen we een bericht per mail van mevrouw Karla Motzheim, kleindochter, dat Mans Tellingen moet zijn Harmanus van Tellingen. - red.

Lees HIER meer over Harmanus van Tellingen.)


Een paar jaar later trouwde hij met de dochter van Albert Geerts die destijds werkzaam was bij de coöperatieve zuivelfabriek in het dorp. Als extra bron van inkomsten had Geerts een fietsenmakerij. Later verhuisde deze activiteit naar de smederij van Reinders. Hendrik Reinders bouwde in 1939 het huidige pand aan de Amerweg nr. 5. Zijn houten schuurtje werd in zijn geheel door de Grolloër boeren naar de nieuwe vestiging gedragen. Daar deed het nog enige tijd dienst als smidse. Natuurlijk waren de twee smeden in het dorp elkaars concurrenten. Niet altijd was dat prettig. Toen men bij Kroeze Gazelle-fietsen wilde gaan verkopen ving men bot omdat Reinders de vertegenwoordiging al had. Voor het echte smidswerk en het beslaan van paarden had Kroeze de oudste papieren. Toch liep Reinders' zaak goed en dat kwam voornamelijk doordat hij allerlei werk aanpakte. Zo werd een auto aangeschaft om er taxi-ritten mee te verzorgen.

Hendrik Reinders met zijn taxi voor Voorstreek 5, het woonhuis op de plaats van het voormalige melkfabiekje. Rechts zijn nog de tramrails zichtbaar. (foto: archief VDGO)

Om in de oorlog vordering door de Duitsers te vermijden verstopte hij de auto bij een broer van hem onder het hooi. Ongeschonden kwam de wagen na de oorlog weer te voorschijn. Meteen had hij toen een taxi waar druk gebruik van werd gemaakt. Geregelde klanten waren in die tijd de burgemeester en de bekende toneelspeelster Ank van der Moer, die ten oosten van Grolloo in huize 'De Moere' woonde. Later werden er ook de kleuters van Schoonloo, Amen en Ekehaar mee naar de school in Grolloo gebracht. Om op de nieuwe ontwikkelingen te kunnen inspelen haalde Reinders na de oorlog ook het diploma voor gas- en waterfitter. Een andere activiteit was een rijdende winkel. Hendrik Hadders ventte voor hem met deze wagen en probeerde potten en pannen, gereedschap en klompen enz. aan de man te brengen. Het werd geen overtuigend succes. Het boerensmidswerk nam nu steeds meer af en zijn zoon Albert Reinders, die de zaak over zou nemen gooide het over een geheel andere boeg. Hij schakelde over op warmtetechniek en loodgieterswerk. Het voortbestaan van de zaak bleek daarmee verzekerd. De zaak is nu overgenomen, maar draag nog wel de naam Reinders.

logo vvv rwb

Deze website wordt mogelijk gemaakt dankzij financiële ondersteuning van

Vereniging voor Volksvermaken te Grolloo.

De vereniging verkrijgt deze middelen dankzij sponsoring en verlotingen.

De bijdrage maakt deel uit van de begroting van het vijfjaarlijkse Grolloo is Zo!-evenement.