Laatst bijgewerkt: zondag 10 november 2019

Artikelindex

Verzet en fam. Ter Steege

[Dit bericht is op 30 mei 2019 aangevuld met informatie over de aanvraag tot onderscheiding van boswachter Teun Leever. Teun was leider van de verzetsgroep waar ook Bote bij was betrokken. - Bertus Reinders]

Grolloo ligt op amper 4 kilometer van Kamp Westerbork. In de krisisjaren is er onvrede en armoede. De NSB krijgt veel aanhang, zo ook in Grolloo. Echt fanatiek NSB-er waren er niet veel. Men dacht lid te zijn van een politieke partij die het in veel opzichten beter zou maken in Nerderland. Dat dat anders uitpakte en de NSB ging samenwerken met de bezetter was voor velen een vervelende wending. Angst zal ook ongetwijfeld een rol hebben gespeeld. Hoe het ook is, in Grolloo was het lastig in verzet te komen.

Veel is er niet bekend van het verzet. Geluiden over schotenwisseling, liquidatie, verdwenen persoon, en meer, doen de ronde, maar meer dan dat is er ook niet. We hebben enkele foto's en we weten dat in ieder geval de familie Ter Steege betrokken was. Vandaar deze publicatie, met daarin een deel overde familie Ter Steege.

 

De volgende foto's met verklarende teksten zijn aangeboden door mevrouw Sjoukje Hutten-Ter Steege. De tekst is geschreven door Gesinus Lunsing.


Op Vredenheim woonde de familie Ter Steege. 

De fam.kwam in mei 1923 uit Terheyl gem Roden naar Vredenheim. Met paard en wagen zijn ze verhuisd . Moeder ter Steege was hoogzwanger van Cornelis. ze hadden in totaal 13 kinderen, waarvan er drie zijn overleden.

Vredenheim

 

Vredenheim 1


In de buurt van Vredenheim 14 was vroeger een zandweg en vanaf die zandweg liep een andere zandweg in westelijke richting parallel aan de Amerstraat. Na zo'n 400 meter op de 2e weg bouwde ene meneer Udding rond 1920 een boerderij in 't kader van de ontginning van Vredenheim.

 

Bote en Frouwkje ter Steege Tuinman

Bote ter Steege en Froukje Tuinman

 

Na een paar jaar kocht het echtpaar Bote ter Steege en Froukje Tuinman uit Noord-Drenthe deze boerderij. Het gezin had veel kinderen, maar toen ik (Gesinus Lunsing) daar zo omstreeks 1950 een paar keer in de week boodschappen moest brengen waren bij de ouders nog alleen de vrijgezelle jongens Bote, Albert en Cornelis thuis, die trouwens later alle drie nog trouwden.

Zoon Jan gesneuveld

Jan ter Steege 10 mei 1940 gesneuveld te Dubbeldam

Jan ter Steege

 

19400510 Overlijdensadvertentie Jan ter Steege19400512 overlijdensadvertentie Jan ter Steege

19400527 krant LeeuwarderNieuwsblad bericht JterSteege gesneuveld

27 mei 1940 Leeuwarder Nieuwsblad

De Ter Steege's verloren al op 10e mei 1940, de 1e oorlogsdag, hun zoon Jan a.g.v. oorlogshandelingen.

 

Eerder drama in de familie in 1929

 Kobus 9 jaar verongelukt onder de tram

Kobus 9 jaar verongelukt onder de tram

 

19290926 krant De Tijd tram

26 september 1929 De Tijd

19290926 krant Telegraaf tram

26 september 1929 Telegraaf

Eerder verloren ze een zoon door een ongeluk met het trammegie.


Enkele familieportretten van de familie Ter Steege.

Albert Cornelis en Bote ook wel genoemd A B C

Albert Cornelis en Bote ook wel genoemd A B C

Van Janny Bruins kreeg ik de volgende mail:

Moi Bertus,

Ik heb een anvulling veur Old Grol/ ‘Verzet en Ter Steege’.
De zeer waakzame herdershond heette SPERDA.
Ieder die dit stuk leest - femilieleden vindt het mooi heur! - rop geliek…..’Sperda’!
Wi’j het anvullen?
Grote dank!

Groeten Janny

 

Hieronder een leuk krantenartikel over Sperda

17 juli 1947 Provinciale Drentsche en Asser courant

19470717 krant PDAC Ter Stege Sperda

Bote ter Steege en Frouwkje Tuinman 45 jaar getrouwd

Bote ter Steege en Frouwkje Tuinman 45 jaar getrouwd

Frouwkje ter Steege Tuinman

Frouwkje ter Steege Tuinman

Stamboom ter Steege


Het verzet

In Grol was bekend dat er bij de ter Steege's onderduikers zaten. Men zal er wel eens gezocht hebben, maar er was thuis een zeer waakzame herdershond, die bij onraad begon te blaffen zodat de onderduikers snel hun schuilplaats opzochten. Veel verraad vanuit Grol zal er ook niet geweest zijn, want daarmee plaatste men zichzelf buiten de hechte Groller gemeenschap. Conclusie: wel NSBers in Grol, maar een enkele uitzondering daargelaten, geen fanatiekelingen.

 

BinnenlandseStrijdkrachtenAmenonderleidingvanTeunLeeverWapendropping

 

rechts Bote ter Steege

rechts Bote ter Steege

 

Tweede vanaf links Bote ter Steege

Een groep personen om de auto van een duitse gezagsdrager op het terrein van wat nu Camping Dianaheide te Amen is. V.l.n.r. met pet Jan Feijen, met hoed Meerten van der Voort, Bote ter Steege met wilde bos haar, een onbekende op de voorgrond, Daan Meenken met sjaal, daarachter tegen de auto Hillegienus Komduur en voor hem Swijtze Postma, Roelof ten Kate gehurkt, dan Jannes Leever, een Engelse marconist in uniform en Teun Leever. Voor de auto staat een vork in de grond.

De foto is waarschijnlijk genomen even voor de bevrijding in april 1945. De mannen ogen ontspannen, kennelijk omdat ze geen gevaar meer verwachten van Duitsers of van Nederlandse handlangers. Dat is opvallend want genoemde lieden raakten aan het eind van de oorlog in paniek en schoten op alles wat bewoog.

Ik denk dat jonge Bote (van de foto) lid was van de (B)innenlandse (S)trijdkrachten en dat waren er misschien wel meer die op de foto staan.

Op de foto staat ook een Meenken. Zijn ouders woonden in het mooi pand "De Strubben" te Schoonloo en ze bedreven daar een kippenfokkerij. Ook hier zaten in de oorlog onderduikers.

Teun Lever heeft heel nuttig werk gedaan toen begin april op diverse plaatsen in Drenthe, ook in de bossen bij Amen, Franse parachutisten werden gedropt. Hij zorgde ervoor dat de parachutisten na de landing weer bij elkaar kwamen; ik denk dat dit 's nachts gebeurde. Teun was trouwens van alles: jachtopoziender, veldwachter en controleur van de vermakelijkhedenbelasting in dienst van de gemeente Rolde. Teun controleerde b.v. op dansavonden of je wel een entreekaart had, want zo niet, dan kon de gemeente naar 20% belasting fluiten. In 1959 ging Teun met pensioen en in hotel Erkelens(nu bowlingcentrum) gaf Teun een afscheidsfeest met spelletjes en als prijzen door Teun zelf geschoten wild. Ik (G. Lunsing) kan het weten want ik was er bij: in 1959 werkte ik als volontair bij de gemeente Rolde. Dat had mijn vader bekonkeld met wethouder Jan Jansen. De andere wethouder was toen de vader van genoemde Meenken uit Schoonloo. 

Het zou kunnen dat met de verzetsgroep op Vredenheim bedoeld wordt: (een deel) van de mensen op de foto.

 

Bote in dienst te Haarlem was na de oorlog

Bote in dienst te Haarlem was na de oorlog (Bovenste rij, vierde van links)
.

Tot zover het verhaal van mevrouw Sjoukje Hutten-Ter Steenge en Gesinus Lunsing.


Nagekomen informatie

Op 30 april kwam onderstaand bericht per mail binnen:

Geachte heer bij een onderzoek in het Nationaal Archief in Den Haag ben ik informatie tegen gekomen over Teun Leever. Het betreft een verklaring omtrent zijn activiteiten in de Oorlog, Als het U belangstelling heeft kan ik de Scans opsturen. Groet Frans Janssen Haarlem.

Natuurlijk had ik belangstelling. Spoedig daarna ontving ik de onderstaande stukken. Ik heb de geschreven tekst letterlijk overgenomen, opdat dit gemakkelijker leest.

onderscheiding Teunis Leever 01

onderscheiding Teunis Leever 02

onderscheiding Teunis Leever 03

onderscheiding Teunis Leever 04


De brief uitgewerkt:Onderscheidingsaanvraag Teunis Leever 001

Onderscheidingsaanvraag Teunis Leever 002


In de tekst wordt Kap C. Ruisch v Dugteren genoemd. Het volgende gevonden, waaruit blijkt dat de naam van de kapitein anders werd geschreven.

Onderscheiding op 25 augustus 1945 te Den Haag
Gedecoreerde
C.J.L. Ruysch van Dugteren, geboren op 2 augustus 1910

Onderscheiding Bronzen Kruis
Nummer Koninklijk Besluit 11
Registernummer 1260 A
Mutatie Nederland - Drenthe - gedropt als geheim agent op 7 april 1945 bij Hooghalen.
Literatuur Gb 117; gb 118; gb 137-23; gb 138-23; gb 141-27; post (1) 135, 161; amherst 56; roever (3) 248
Rang, functie of beroep Kapitein
Onderdeel Special Operations Executive
Mutatieperiode 7 april 1945
Aan boord van / behorende tot Team Dicing, No. 2 Dutch Troop, No. 10 (Inter-Allied) Commando
Nationaliteit Nederlandse
Opmerkingen over onderscheiding Betrokken bij Operatie Jedburgh

Bronvermelding
Nederlands Instituut voor Militaire Historie, Koninklijk Besluit
Databank dapperheidsonderscheidingen, Den Haag


Op Wikipedia is te lezen:

Carel Jacob Lodewijk Ruijsch van Dugteren (Amsterdam, 2 augustus 1910 - 1984), bijgenaamd "Kapitein Ross", was een Zuid-Afrikaanse commando van Nederlandse oorsprong die aanwezig was bij de bevrijding van Kamp Westerbork. Hij diende ook als adjudant van prins Bernhard tijdens Operatie Market Garden.

Ruijsch van Dugteren was een zoon van de predikant Gregorius Pieter Abraham Ruijsch van Dugteren en zijn vrouw Jacoba Wilhelmina Niermeijer. Hij emigreerde nog voor de Tweede Wereldoorlog naar Zuid-Afrika, waar hij een boer was in Noord-Transvaal. Op 7 maart 1937 trad hij in het huwelijk met Victorine Hermance Ploem. Ze kregen twee kinderen.

Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en de bezetting van Nederland werd hij wegens zijn Nederlandse afkomst opgeroepen voor de Prinses Irene Brigade. In 1942 nam hij deel aan een opleiding tot commando in de Schotse Hooglanden, waarna een Nederlandse commando-eenheid gevormd werd, No. 2 Dutch Troop, met Ruijsch van Dugteren als reserve tweede-luitenant.

Tijdens Operatie Market Garden diende hij als adjudant van prins Bernhard. Op 5 september 1944 werd hij — inmiddels opgeklommen tot eerste luitenant — met twee korporaals en twee soldaten ingedeeld als lijfwacht van prins Bernhard.[3]

Hij diende als Jedburgh-officier tijdens Operatie Amherst, de bevrijding van Noord-Nederland in 1945. In april 1945 werd een vierkoppig Jedburgh-team (codenaam "Dicing") nabij Hooghalen in Drenthe afgeworpen, bestaande uit onder meer Arie Bestebreurtje en Ruijsch van Dugteren, die nu de rang van kapitein had. Bestebreurtje verzwikte zijn enkel bij de landing en wist, na zich vijf dagen verborgen te houden, de aandacht van een boer te trekken, die hem op zijn boerderij verborgen hield. Ruijsch van Dugteren daarentegen wist contact te leggen met een plaatselijke verzetsleider en kon zijn missie met succes uitvoeren: het geven van wapeninstructies aan het plaatselijke verzet en het organiseren van verzetsactiviteiten tegen de Duitsers.

Op 12 april 1945 maakte hij in zijn dagboek melding van dat hij als een van de eersten Kamp Westerbork was binnengelopen tijdens de bevrijding van dit concentratiekamp.


De brief is geschreven door de heer J.S. Meijer te Assen.

In de Kroniek van de Jofenvervolging te Assen door dr. Jan Ridderbos is te lezen over de heer Meijer:

21 Juli 1942. J. S. Meijer, Boschstraat 46 heeft gisteren 20 Juli 1942 omstreeks 9 uur aan het bureau
kennis gegeven dat zijn pensiongast Levie Leezer, geboren Assen 16 Juli 1898, koopman, Ned. Jood,
dien morgen niet meer op zijn kamer aanwezig was en vermoedelijk voortvluchtig is.

Genoemde L. Leezer heeft zich dan ook Maandag 20 Juli j. l. niet gemeld aan het Station om op transport te worden gesteld naar het werkkamp Orvelte waar toe ondergeteekende hem Zondag j. l. een uitnoodiging had uitgereikt.
Voorenstaande bereids mondeling door o. g. doorgegeven aan de SS alhier.

Levie Leezer, geboren op 16 juli 1898 te Assen, zoon van Benjamin Leezer en Esther van Zand,
heeft de oorlog overleefd.

 


 

 

Hebt u informatie over het verzet? Grolloo in de oorlog? Of andere zaken betreffende het verleden van ons dorp?

Indien u meer informatie voor deze website heeft, dan houd ik mij beleeft aanbevolen. Neem dan contact op via het contactformulier. Bij voorbaat dank!

Bertus Reinders

 

Provinciale Drentsche en Asser courant