Laatst bijgewerkt: zondag 29 augustus 2021

De kerk in Grolloo

kerk 2Het verhaal over de kerk in Grolloo begint in 1848. We lezen dan in de krant het eerste artikel over een dorp dat zijn eigen kerk wil. Samen met Schoonloo wordt getracht toestemming te krijgen een eigen kerk te mogen stichten. Het heeft heel wat voeten in de aarde.

Onder het menu "De kerk" vinden we op dit moment een pagina met verzamelde krantenartikelen, het verhaal over de eerste dominee en natuurlijk het boekje "Vijftig huizen en een kerk". Wanneer je schrijft over de kerk in Grolloo, dan moet je ook het verhaal over de blikken kerk meenemen.

Het spreekt voor zich dat alle verdere informatie zeer welkom is. Hebt u meer informatie, schroom dan niet en neem contact op door middel van het contactformulier. Bij voorbaat dank!

Bertus Reinders


 

Bron: Sportblad SGO Grolloo

Foto van Jan boer

kerstspel 1955 Grolloo

Kerstspel NH kerk Grolloo·Schoonloo (ca 1955).
Elk jaar weer zijn er in deze sfeervolle tijd in Grolloo en in de kerk vele activiteiten met betrekking tot de viering van Kerstmis. In vroeger jaren was het dan gebruikelijk dat er een kerstspel werd opgevoerd rond de geboorte van Christus. Het onderstaande gezelschap is gefotografeerd in 1955 in de kerk.
Op de foto van links naar rechts
Cor van der Wal, Jan Boer, Hendrik Sijbring, HIlIechienus Jansen, Hendrik Dilling. .... Nijmeijer, Lens Beijering (Azn), Roelof Speelman, Jan Arends, ???, Lambert Arends, Albert Zijgers, Bé van der Wal, Roelof Hagting. Tieme Reinders

 

Bovenstaande foto behoort bij onderstaand krantenbericht. Het artikel is afkomstig uit de Provinciale Drentsche en Assen Courant van 24 december 1955. De opvoering bleek geen heiligschennis te zijn.....

De Ster van Bethlehem

 

Het artikel uitgeschreven:

 

 ,De ster van Bethlehem'

Enige notities bij de opvoering van Nijhoff’s lekenspel in de kerk van Grolloo

Er zullen wel heel wat mensen zijn, die de gedichtenbundels van Martinus Nijhoff zelfs niet bij name kennen, die niet weten, dat deze zeer bijzondere figuur een heel aparte plaats inneemt in de Nederlandse poëzie van zo’n dertig, veertig jaar geleden. Maar van zijn bundel „Het Heilig Hout”, die drie lekenspelen bevat, geschreven destijds voor de Vrijzinnig-Christelijke Jeugdbeweging, begint het eerste spel „De Ster van Bethlehem”, voor het eerst in Amsterdam opgevoerd op de Tweede Kerstdag 1941, onder regie van Ben Albach, langzamerhand een steeds grotere plaatste krijgen op het repertoire van verschillende jongerengroepen in Nederland. Zo is Nijhoff voor heel velen alleen of hoofdzakelijk bekend geworden als de schrijver van „De Ster van Bethlehem”.

De neiging om zich steeds meer te gaan wenden tot Nijhoffs lekespelen zou op zichzelf zeer verheugend zijn, als daar niet een enigszins bedenkelijke kant aan vast zat. Hier kan toch de vraag rijzen: Mag iedere jeugdgroep, als zij de auteursrechten maar heeft voldaan, nu maar klakkeloos met “de Ster” gaan manoeuvreren tot zelfs inde kleinste dorpen op het platteland? Begint dit niet angstig veel te gelijken op een dergelijk feit inde muziekwereld, waar zo menige zangvereniging, die zich enigszins respecteert, in welke kleine stad ook, toch zo dringend nodig eens de „Matthaus-Passion” moet gaan uitvoeren? Vraag maar niet met welk resultaat. Is het woord „heiligschennis” hier te kras? Dergelijke gedachten bevingen ons, toen wij hoorden van de opvoering van Nijhoffs „Ster" op een klein Drents dorp. Gewapend met ’n behoorlijke dosis angstige voorgevoelens en bij voorbaat al zeer sterk kritisch ingesteld, zijn wij deze „Ster"-opvoering in Grolloo’s kerkje j.l. Zondagavond gaan bijwonen. En nu maar direct de eerlijke bekentenis: na enige ogenblikken waren wij vrijwel ontwapend, en werden wij meegenomen inde prettige sfeer, die dit spel der jongeren wist te scheppen, vanaf het ogenblik, dat zij door het middenpad van de kerk naar ’t podium schreden, tot zij langs de zelfde weg aan het eind weer vertrokken waren. Er heerste een begrijpende grote aandacht in het volle kerkje. Er zat tempo in dit spel, er straalde iets uit van grote toewijding, er was bij enkele speelsters zelfs ontroering te bespeuren in de klank der woorden, in haar gebaar. En ... dus geen kritiek? Och, wat zal men bij de éérste opvoering van zulk een stuk gaan bekritiseren? Er waren, naar het ons voorkomt, voor de regisseur, die het gewaagd heeft de grote greep naar dit stuk te doen, drieërlei moeilijkheden op te lossen. Ten eerste: zijn er spelers (speelsters) in dit dorp voorhanden, die tegen hun zware rol zijn opgewassen ? Kunnen zij, ook de kleinere rollen, dit stuk aan? Ten tweede: is het in zulk een klein kerkgebouw mogelijk om het voorgeschreven dubbele podium waarop beurtelings moet worden gespeeld, wel voldoende speelruimte in te richten ? Ten derde: kunnen de toeschouwers vooraf voldoende op de hoogte worden gebracht van de inhoud van dit stuk ? Want dit vraagt toch zeker voor 'n plattelandsbevolking wel enige verklaring vooraf! De regisseur, Ds. E. van Ruytenberg, is er, naar ons inzicht, grotendeels in geslaagd om deze moeilijkheden 'op te lossen, voorzover wij dat bij een eerste opvoering kunnen beoordelen. De hoofdrollen waren inderdaad in zulke goeie handen, dat wij ons met enige verwondering af vroegen; zijn deze lekespelers werkelijk allen uit Grolloo? Op onze vraag hiernaar werd er zeer positief en duidelijk antwoord gegeven.

Dus toch allen uit Grolloo! Eerst Eva, die op hier en daar ontroerende wijze met mooie, welluidende stem haar rol, de zwaarste en meest betekenende van het stuk, vervulde. Dan: Herodes, één en al leven, soms angstig, soms boetvaardig, dan wraakzuchtig, maar altijd beheerst van toon, en dan Gabriël en de waakengelen zuiver in hun voordracht, eveneens sober in hun dictie. Het toneel, gehalveerd, met twee ruimten, beide te klein, hoe vernuftig ook ingekleed. Maar er wordt dan toch maar met grote vaardigheid gespeeld, alsof men over de grootste ruime zaal kon beschikken. De stal goed, maar dus te groot voor het kleine toneel en hoe zuiver en waardig die aankleding met het blauwe linnen, op zichzelf een mooi staaltje van beheerst spel door de beide engelen en de ster, die zo prachtig en rustig stond te stralen aan de donkere hemel, heel suggestief, knap gevonden! En de toeschouwers ?

Uit het inleidend woord van de voorganger bleek, dat in een uitvoerige uiteenzetting ter verduidelijking van het stuk, met zijn voor Nijhoff typerende symboliek de gemeente was voorgelezen, zodat geacht kon worden, dat de aanwezigen grotendeels waren voorbereid, waarbij ten overvloede de korte inleiding voorafging om de opzet en de gang van het stuk te verduidelijken. Een klein meisjeskoor, (wij denken zo ongeveer 7 a 8 meisjes) zong pretentieloos en zuiver met zachte orgelbegeleiding de voorgeschreven Kerstliederen en het „Ere zij God”, dat aan het eind tot de massale indrukwekkende samenzang werd, begeleid door machtig dreunend orgelspel. Er is dus zeker alle reden om met waardering te genieten vaneen dergelijke spelopvoering op een vrij hoog niveau, die niet alleen voor Grolloo, maar wellicht in wijdere omgeving een evenement moet zijn geweest. Wij hoorden bij de uitgang der kerk twee vrouwen tot elkaar zeggen: „zo’n mooi Kerstspel hebben we hier nog nooit gehad". Dat kan er op wijzen, dat hier reeds verschillende Kerstspelen zijn opgevoerd, en men deze opvoering dus als een hoogtepunt beschouwt.

Wij zouden daarom de regisseur de welgemeende raad willen geven om dit spel van Nijhoff op zijn repertoire te houden en het liefst enige jaren achter elkaar inde Kersttijd te blijven opvoeren. Zodoende kan het een vaster bezit worden. Het moet nog uitgroeien. De spelers moeten er nog meer inkomen. Allerlei kleine onzuiverheden kunnen nog worden weggewerkt, de regisseur weet dat natuurlijk zelf het beste. Maar dan vooral met dezelfde spelers in, de hoofdrollen en zo mogelijk ook inde kleinere rollen. Want het iedere keer wisselen van spelers in een zelfde spel benadeelt de stijl en de sfeer, de eenheid in het spel en zou wel eens eerder achteruitgang dan vooruitgang kunnen betekenen. In dit verband lette men op de stichting van een lekespel-vereniging in Den Haag, onder regie van Georgette Hagedoorn, die zich ten doel heeft gesteld ieder jaar de drie spelen van Nijhoff op te voeren, Kerst-, Paas- en Pinksterspel. Nu zou dit voor het Paasspel en het Pinksterspel (welke laatste bij goed weer best als openluchtspel kan worden opgevoerd, voor Grolloo misschien té grote eisen stellen, (wat wij trouwens niet kunnen beoordelen). Maar dat „De Ster van Bethlehem” in het kleine Grolloo een goede en verantwoorde opvoering heeft kunnen vinden en nog steeds beter zal kunnen worden, is ons wel héél duidelijk geworden. ’t Was een blijde verrassing zó iets te vinden, waar je het niet zou verwachten.

Voor heiligschennis dus geen vrees. Er is hier een zeer toegewijde ernstig werkende groep aan het werk. Wat ’n geluk voor dit dorp!

 

 19551224 krant PDAC kerk SterVanBethlehem

19551224 krant PDAC kerk SterVanBethlehem