Laatst bijgewerkt: zaterdag 16 oktober 2021

Treuhandler Omnia

Noot: Voor een expositie op 2 en 3 oktober 2021 "Groller Ambachten" zocht ik enkele afbeeldingen om in te lijsten. Afbeeldingen die de interesse van stand-bezoekers konden wekken en die tot vragen konden leiden.In de vele fotobestanden kwam ik een briief tegen van de Firma L. ten Brink uit Nieuw-Amsterdam. En het verhaal is veel meer geworden dan dat deze eenvoudige brief in eerste instantie doet vermoeden.

Dit verhaal is geplaatst in de rubriek "Verzet", maar had ook op een andere plaats kunnen worden ingevoegd. En het verhaal gaat over een famillie uit Nieuw-Amsterdam. Wat heeft dat met de geschiedenis van Grolloo te maken. Toch hebben we gemeend u mee te moeten nemen naar die boer uit Grolloo, die kleding besteld en gekocht heeft van een kledingzaak en die op de beschreven wijze onderdeel uitmaakt van het verhaal van Levie ten Brink. Natuurlijk is dit verhaal over de brieven aan deze boer een fragment uit dat leven, maar het geeft wel weer hoe de oorlog van alle kanten impact had op het dagelijks leven. De rubriek "Verzet" is gekozen vanwege het verzet van Jacoba Omvlee. Afijn, u leest het wel.- Bertus Reinders oktober 2021

Onder de rubriek "De Boerderij" op deze website zijn documenten weergegeven, welke zijn aangetroffen in een doos die op de zolder is gevonden door de nieuwe eigenaren van een boerderij. Aangezien de documenten - waaronder een 300 facturen - Te veel privacy-gevoelige informatie zouden kunnen bevatten, zijn van alle documenten de naam van de boer verwijderd.

Link naar het hoofdstuk "De Boerderij" - https://www.oldgrol.nl/de-boerderij

In de stapels facturen komen we nog al wat facturen tegen van Joodse firma's. Deze firma's werden gedurende de Tweede Wereldoorlog geliquideerd, Over één van die firma's gaat het volgende verhaal. Hierbij moeten we opmerken dat van de andere firma's ook verhalen te vertellen zijn, maar dat gaat te ver in de zin van het doel van de website oldgrol.nl

Het verhaal over de firma ten Brink is ook te lezen via https://www.oldgrol.nl/huishouden#TenBrink 

In onderstaand verhaal zijn alleen de relevante documenten afgebeeld. Voor alle documenten betreffende genoemde firma verwijzen we naar bovenstaande link.

 


 

Firma Ten Brink uit Nieuw Amsterdam

Kleding werd gekocht bij de Firma Ten Brink uit Nieuw Amsterdam. Tot de tijd dat de zaak van Ten Brink door de bezetter in de Tweede Wereldoorlog werd geliquideerd. Uit de hieronder geplaatste stukken blijkt dat Omnia Treuhandgesellschaft beslag heeft gelegd op de zaak en vorderingen uitschreef.

De familie Ten Brink is ondergedoken in Zuidbarge. Het verhaal van dit onderduiken leest u verder op. Na de oorlog heeft de familie de zaak weer opgepakt. Een brief om de openstaande rekeningen nog te incasseren kunt u lezen. Een stortingsbewijs aan Ten Brink is afgebeeld.

19420715 Enveloppen Firma Ten Brink NN

19420715 Liquidatie Firma Ten Brink NN

19420718 Bewijs van storting Firma Ten Brink NN

19460131 Brief Firma Ten Brink na onderduiken NN

 

Omnia-Treuhandgesellschaft

Bron: Wikipedia

De Omnia-Treuhandgesellschaft m.b.H. (GmbH) was een Duitse trustmaatschappij, die tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog joodse ondernemingen te gelde maakte (liquideerde) voor het Duitse Rijk. De opbrengst werd meestal gestort bij Lippmann, Rosenthal & Co. (de Liro-bank) in Amsterdam. Tussen 1941 en september 1944 kreeg Omnia 16.000 liquidatie-opdrachten van de Duitse overheid, waarvan er 1500 niet afgewikkeld werden.

Geschiedenis
De Duitse bezetter wilde het Nederlandse bedrijfsleven "ariseren", dat wil zeggen alle joodse bezit onteigenen. Verordening 189/40 van 22 oktober 1940 verplichtte alle ondernemingen in Nederland met joden zich aan te melden bij de Wirtschaftsprüfstelle (bureau voor economisch onderzoek), een onderdeel van het Generalkommissariat für Finanz und Wirtschaft. Een verdere verordening 48/41 van 12 maart 1941 bepaalde dat joden uit het bedrijfsleven verwijderd moesten worden en dat de Wirtschaftsprüfstelle bewindvoerders (Treuhänder) kon aanstellen. Deze konden tot liquidatie van het bedrijf overgaan.

De Wirtschaftsprüfstelle verstrekte de meeste opdrachten voor de liquidatie van de kleine bedrijvigheid (veehandel, markt, verkoop van verzekeringen en kleermakerij) aan Omnia-Treuhandgesellschaft, dat in oktober 1941 een Nederlandse vestiging begon in 's-Gravenhage. Sachbearbeiters (curatoren) van Omnia, meestal Nederlanders, voerden het werk zelfstandig uit, maar moesten zich houden aan richtlijnen van het hoofdkantoor van Omnia. Ze werkten vanuit Sachbearbeiterburo's in Amsterdam, 's-Gravenhage, Rotterdam, Zwolle, Meppel, Enschede, Hengelo, Groningen, Leeuwarden en Den Bosch. In 1942 en 1943 waren er ongeveer vijftig Sachbearbeiter, maar in september 1944 nog maar veertien. De opbrengsten moesten per bedrijf ter controle op een aparte rekening worden gestort, voordat het geld de Liro-bank Lippmann, Rosenthal & Co. in Amsterdam bereikte.

In juli 1943 doorkruiste Dr. H. Schröder, de vertegenwoordiger van Rijkscommissaris voor Nederland Seyss-Inquart, deze regeling met de Sonderaktion Amsterdam. Protest van Omnia-directeur Heinrich Friedmann mocht niet baten. De nog niet geliquideerde kleine joodse bedrijven werden in Amsterdam per straat aangepakt en het geld kwam op een verzamelrekening op naam van S. Blits te Amsterdam.

In januari 1943 verhuisde het Nederlandse hoofdkantoor van Omnia met de Wirtschaftsprüfstelle naar Arnhem, maar de luchtlanding van de geallieerden op 17 september 1944 onderbrak het werk tot januari 1945. Toen werd een kantoor in Groningen opgericht. Het einde kwam toen directeur Friedmann niet meer in Groningen kon terugkeren na een reis naar Duitsland. De Wirtschaftsprüfstelle had nog van oktober 1944 tot eind maart 1945 een kantoor in Almelo.

 

Onderduiken in molen Zeldenrust Zuidbarge

Tweede Wereldoorlog Bron: Wikipedia

De molen heeft vanaf het najaar 1942 tot april 1945 onderdak geboden aan een Joods gezin uit Nieuw-Amsterdam. In die tijd was de weduwe Jacoba Maria Omvlee-Bekhuis (1885-1977) de eigenaar. Het gezin waaraan zij onderdak bood, bestond uit vader Jozef ten Brink, moeder Hendrina ten Brink, zoon Samuel (Salco) en Meyer, een broer van Jozef. Een andere zoon van Jozef en Hendrina ten Brink, Levie (Leo) ten Brink, moest zich op 17 augustus 1942 melden en is naar Westerbork gegaan. Vanuit Westerbork heeft Levie een brief geschreven, waarin hij de overige leden van zijn gezin vertelt dat ze moeten onderduiken.

In september 1942 heeft Jacoba Omvlee in haar molenaarshuis twee zolderkamers laten bouwen. De timmerman, die NSB'er was, heeft ze verteld dat deze kamers voor haar twee studerende kinderen waren. Toen Jacoba hoorde dat de familie Ten Brink onder moest duiken heeft ze aangeboden om de vier leden van dit gezin op te vangen. Hoe zij elkaar kenden is onbekend. Zij heeft deze actie helemaal alleen bedacht. Ze kreeg geen hulp van buitenaf en behalve haar kinderen, wist niemand dat zij onderduikers in huis had. Doordat zo weinig mensen wisten van de onderduikers, zijn ze niet verraden. Twee keer zijn de onderduikers in gevaar geweest. Hendrina ten Brink vertelde altijd over lekker eten. Op een dag vertelde zij aan Jacoba Omvlee dat koeienmilt erg lekker was. Een zoon van Jacoba is toen koeienmilt gaan halen bij de slager, waarop de slager zei: ‘Koeienmilt? Dat is joods eten!’ De zoon verzon ter plekke een goede smoes. Een ander keer kwamen er Duitsers aan de deur, die Jacoba’s huis wilden doorzoeken. Jacoba gaf de Duitsers een rondleiding door haar huis, waarbij ze zo veel mogelijk tijd probeerde te rekken. Ondertussen gingen haar eigen kinderen in de bedden op zolder liggen en de familie Ten Brink verstopte zich in een wandkast, waarvan de ingang verstopt zat achter een stoel. Hierdoor is het gelukt om verborgen te blijven.

Na de oorlog
Levie ten Brink, de jongen die helaas niet kon onderduiken, is op 30 september 1942 vermoord in Auschwitz (Polen). Samuel ten Brink is geëmigreerd naar Haifa in Israël en is daar overleden op 7 juli 1967. Jozef ten Brink is teruggekeerd naar Nieuw-Amsterdam en daar overleden op 17 oktober 1953. Hendrina en Meijer zijn allebei in Amersfoort overleden, respectievelijk in 1971 en in 1986. Jacoba Omvlee is op 19 maart 1977 in Emmen overleden.

 

Het verhaal van Levie

Bron: De website van Holocaustnamenmonument.nl


 

Levie ten Brink

21 januari 1924 Emmen – 30 september 1942 Auschwitz


Leo (of Levie) groeide op in Nieuw-Amsterdam in Drenthe, als zoon van Jozef ten Brink en Hendrina ten Brink-ten Brink. Hij had een jongere broer Salco.

Leo SalcoFoto: Leo en Salco


Oom Meijer ten Brink, de broer van Jozef, maakte ook deel uit van het gezin. Jozef en Meijer dreven de manufacturenzaak die ze in 1920 samen met hun vader Levie ten Brink hadden opgericht. 

FamTenBrinkFoto: Leo en Salco met tussen hen in hun moeder


Leo ging in Emmen naar de openbare u.l.o.-school. De Provinciale Drentsche en Asser Courant vermeld op 23 juli 1940 zijn overgang “Van klasse III naar IV”. Een jaar later is hij waarschijnlijk geslaagd en in de zaak van zijn vader en oom aan het werk gegaan als kleermakershulp.

In juli 1942 moest de 18-jarige Leo zich melden bij de Duitsers. Via kamp Linde en kamp Westerbork werd hij vrijwel meteen doorgestuurd naar Auschwitz. Daar werd hij op 30 september 1942 (dit jaar dus 75 jaar geleden) vermoord.


Vanuit kamp Linde stuurde Leo na aankomst het volgende berichtje naar zijn familie:

Kamp Linde, maandagmiddag 4 uur


Lieve allen,


Wij zijn hier ± 3 uur in beste welstand aangekomen. Toen we aankwamen ging het gerucht dat we naar Westerbork moeten, maar dat was niet zo. Zoeven werd er opgebeld dat we morgenvroeg om 4 uur naar Westerbork moeten vertrekken om daar aan de spoorlijn te werken. Dat kamp is een werkkamp en geen doorgangskamp. Hier is iemand van de Joodse R. en die zegt het ook, dus maken jullie je maar niet ongerust. We moeten maar weer afwachten, hoe het daarginder is. De reis is vlot verlopen, de brief moet met de postbode mee die hier toevallig is, dus eindig ik maar. Nader bericht volgt, niet schrijven. Houdt moed en sterkte.

Vele groeten en een kus van Leo.

Jacoba Maria Omvlee-Bekhuis was in de oorlog een weduwe met 8 kinderen. Ze dreef een winkel en een molen in een Zuidbarge, een dorpje in de buurt. Zij kwam samen met haar 26-jarige dochter Swopkje bij de Ten Brinks op bezoek toen ze net de volgende brief van Leo uit Westerbork hadden ontvangen.


L. Ten Brink Ik schrijf deze brief tweemaal.

Lager Westerbork
Barak 3A zaal 2
Hooghalen-Oost

Zondagmorgen, 23 Aug. ‘42


Lieve lieve allen,

Zaterdagavond moesten we allen om zes uur in de barak zijn en hoorden wij dat wij maandag naar Duitsland moeten. Alle ongehuwden en enkele gehuwden. Jullie kunnen je begrijpen dat dat geen prettig bericht voor ons was, we waren wel eerst terneergeslagen, maar zijn er al weer bovenop. We zijn jongelui en zullen en moeten ons maar door de tijden heenslaan. We zijn allemaal met Drentse jongens haast, die weg moesten, dus daar boffen we mee, het zijn jongens uit Coevorden, Assen, Meppel, Hoogeveen, Emmen, Beilen, Gieten. De Nieuw-Amsterdammers gaan met acht mensen weg, Meinard, Walter, Luni en Lute Zilverberg, Izak Valk en Izak Denneboom, Hartog en ik. Heiman Denneboom is gehuwd en behoeft nog niet weg. Indien jullie later nog iets naders willen weten, schrijf dan aan Heiman, het adres heeft Betta ja wel.

Nu komen er uit Duitsland al geregeld goede berichten binnen hier, de mensen gaan meestal met hele gezinnen weg, dat doen wij niet, wij zijn allemaal jonge mensen. Indien jullie ook eens een oproep krijgen, vertrek dan in gezinsverband en vraag bij de Joodse Raad hier in Westerbork (want alles gaat via Westerbork, de transporten) naar mijn naam, misschien dat jullie nog eens dan bij mij kunnen komen. Iedere Vrijdag en Maandag gaat hier een transport met 1000 mensen weg. Als jullie kunnen, ga wejiwwereg*. Ik kan best begrijpen dat jullie je om mij bezorgd maken, doe dat alsjeblieft niet. Wij getroosten ons dat we de enigsten niet zijn en vertrouwen op God. Er zijn reeds duizenden voor ons vertrokken. Als de oorlog over is en dat is ze binnenkort, kom ik en de anderen allemaal weer in Nieuw-Amsterdam terug en zal er daar dan ook wel weer een plaats in de maatschappij zijn.

Als jullie nu deze brief van mij ontvangen zullen jullie wel schrikken, maar doe mij dit plezier nu, ga niet bij de pakken neerzitten, want er is een spreekwoord dat zegt, zolang er leven is, is er hoop. Mochten jullie geen bericht van mij krijgen, daar hoeven jullie je niet ongerust over te maken, het duurt soms een hele tijd voordat er bericht binnenkomt. Ik kan jullie de raad ook geven, zorg dat je alles voor elkaar maakt, je mag wel bagage meenemen, zorg voor elk een koffer of iets anders met sloten en rugzakken, neem vooral dekens en wintergoed mee, goede schoenen en sokken, in één woord alles wat het nodigste is, geld mag je niet meenemen, je krijgt hier 10 Mark van de Joodse Raad. Neem als het zover mocht komen ook wat levensmiddelen mee. Wij hebben hier alles voor elkaar en wat we niet hebben krijgen we van de Joodse Raad. Laat op de koffers en rugzakken schilderen jullie volledige adres, d.w.z. L. ten Brink, Nieuw-Amsterdam, Drenthe, Holland. De brief die ik van jullie gekregen heb neem ik als aandenken mee. Laten jullie ook foto’s van elkaar maken, die kun je altijd als aandenken bewaren.

Nu nog een woord aan allen. Vader doe je plicht als goed huisvader en maak allen het zo prettig mogelijk, moeder doet u hetzelfde en maak je niet te druk meer met het werk, dat komt allemaal wel terecht. Salco, beste jongen, maak je ouders het zo prettig en makkelijk mogelijk en doe voor ze wat ik nu niet meer kan doen, en oom Meier blijf altijd bij m’n vader, moeder en Salco. Doe van mij de groeten aan Fam. Katz, Kropveld, Van Zuiden, Ten Brink, Wegel en aan alle vrienden en bekenden. Jullie kunnen er van verzekerd zijn dat ik bij Meinard blijf, dus maak je alsjeblieft niet ongerust over mij en probeer jullie gewonen gang te gaan, als jullie mij dit beloven is het leven voor mij ook gemakkelijker. Ik vertrouw op God en hoop dat jullie dit ook zullen doen, het ligt nu eenmaal niet in onze hand. We hebben eten genoeg bij ons, maak je dus daar ook niet ongerust over.

Nu mensen, de brief is vol en ik ga eindigen. Het aller allerbeste gewenst, moed houden en sterkte gewenst en tot weerziens en een dikke kus van jullie zoon, broer, Leo.

Ga vaak naar K. toe dan hebben jullie iets aan elkaar.


In de kantlijn staat nog een keer:

Ga als jullie kunnen wejiwwereg.

*Wejiwwereg of wejievrech is jiddisch voor: vlucht, maak je uit de voeten

 

De familie was overstuur van deze brief waarin Leo tweemaal in het jiddisch schreef: 'Ga weg, als jullie kunnen'. Jacoba Omvlee bood hen toen onderdak aan in haar woning. Een paar zonen hebben de familie ’s avonds in het donker opgehaald. Jozef, Hendrina, Salco en Meijer hebben daar vervolgens tweeënhalf jaar op zolder gewoond, zonder dat de mensen in het dorp er ooit iets van gemerkt hebben. Deze vier leden van het gezin Ten Brink hebben de oorlog overleefd. Leo is echter al een maand nadat hij de brief schreef in Auschwitz vermoord.

In 1988 heeft Joram ten Brink, de zoon van Salco, de film ‘Jacoba’ gemaakt, waarin hij het verhaal van beide families vertelt. Hoe is het om zo lang op een zolder te leven en overdag doodstil te moeten zijn, omdat er
beneden klanten waren? En wat bewoog Jacoba om de familie te helpen toen ze hoorde dat Leo op transport werd gezet? (Info: https://www.sngfilm.nl/film/jacoba/)


Op 23 september 2017 wordt in Zuidbarge (gem. Emmen, Drenthe) het Jacoba Omvleepad feestelijk geopend. Jacoba Maria Omvlee-Bekhuis die in de oorlog onderdak bood aan vier leden van het gezin Ten Brink was onze oma: dat haar naam genoemd blijft worden is voor ons een mooi idee. Wij als kleinkinderen vinden het echter ook een mooi idee om bij deze gelegenheid óók de herinnering aan het vijfde lid van het gezin Ten Brink levend te houden. Daarom adopteren we graag de naam van Levie ten Brink, de 18-jarige jongen waarmee het allemaal begon.


De kleinkinderen Omvlee:
Jan, Gezienus, Coby, Sietse, Gea, Jenny, Roel, Sytske, Bert en Sonja.